Reactie op beleidskader Versterking Maatschappelijk Middeveld

Op donderdag 20 juni jl. heeft Minister Kaag de brief ‘Hoofdlijnen Beleidskader Versterking Maatschappelijk Middenveld gepubliceerd. De Dutch Coalition on Disability and Development (DCDD) is blij met de inzet van de minister op inclusiviteit via de steun aan (lokale) maatschappelijke organisaties. Wat opvalt is dat er in dit kader een helder verband gelegd wordt tussen gendergelijkheid en andere vormen van inclusie, waaronder ‘het actief betrekken van mensen met een beperking’, om duurzame inclusieve ontwikkeling te kunnen realiseren.

Van degenen die in armoede leven heeft naar schatting 15-20% een beperking. Een ruime meerderheid is vrouw of meisje. Mensen met een beperking hebben net als andere buitengeslotenen te maken met sociale, institutionele en praktische barrières die (het recht op) een gelijkwaardige participatie in de samenleving op sociaal, economisch en politiek terrein in de weg staan. Ook binnen ontwikkelingsprogramma’s vindt onbedoeld uitsluiting plaats (zoals o.a. dit onderzoek van USAID laat zien).

DCDD onderschrijft daarom het belang van partnerschap met en zeggenschap van mensen met een beperking bij zowel het ontwerp als bij de uitvoering van programma’s. Andere donorlanden, zoals Engeland en Duitsland, kunnen voor de minister een voorbeeld zijn voor het nemen van concrete maatregelen om uitsluiting van mensen met een beperking binnen haar programma’s tegen te gaan. Voorbeelden daarvan zijn; expliciete criteria in tenders, training en bewustwording onder eigen ambtenaren en samenwerking met organisaties van mensen met een beperking die hen informeren over ervaren uitsluiting en adviseren over maatregelen die inclusie bevorderen.

DCDD roept Minister Kaag op om in de verdere uitwerking van de afzonderlijke subsidiekaders de volgende aandachtspunten mee te nemen:

  • Expliciete en structurele aandacht voor ‘disability inclusion’ is noodzakelijk. Zie daarover ook de motie Kuik-Voordewind-Bouali (kst-34952-4) en artikel 32 van het VN-Verdrag Handicap.
  • Om mainstreaming van disability inclusion in alle fondsen te waarborgen en daarop te kunnen sturen, dienen heldere criteria en indicatoren te worden opgesteld.
  • Maak duidelijk hoe betrokkenheid van Nederlandse en lokale organisaties met expertise rond disability inclusion wordt vormgegeven. Om inclusiviteit concreet handen en voeten te geven is het belangrijk dat indieners van voorstellen worden gestimuleerd om actief met inclusie van mensen met een beperking aan de slag te gaan en daar de juiste expertise bij te betrekken.
  • Houdt de link met de meerjarenlandenstrategieën flexibel, of maak duidelijk dat er binnen elk thema aandacht dient te zijn voor inclusie. Het is belangrijk dat organisaties die werken met mensen met een beperking de flexibiliteit behouden om hun onafhankelijke bijdrage te kunnen leveren en te werken aan de thema’s waar de hoogste nood is en de beste kansen voor impact op emancipatie.
  • Zorg ervoor dat organisaties van mensen met een handicap (zeker ook vrouwen met een handicap) voldoende directe toegang hebben tot de verschillende financieringsinstrumenten onder ‘Power of Voices’ en het ‘SDG 5 fonds’.
  • Zorg dat er voldoende ruimte is voor het financieren van organisatieontwikkeling en versterking van deze (vaak kleinere) organisaties binnen de programma’s.

DCDD wenst Minister Kaag veel succes bij de nadere uitwerking van de subsidiekaders. Uiteraard zijn wij bereid om nadere toelichting te geven op bovengenoemde punten.

Contactpersoon: Lieke Scheewe, Coordinator & Policy Advisor, l.scheewe@dcdd.nl